Spanje heeft een zeer lange wijnbouwgeschiedenis. Vanuit het oostelijk deel van de Middellandse Zee zijn Feniciërs, Grieken en Romeinen ook in Spanje geland. Zij hebben er de wijnstok gebracht. Eerstgenoemden landden al rond 1100 voor onze jaartelling op de zuidelijke kust, bij het huidige Málaga en Cádiz is. De Romeinen arriveerden rond 300 voor onze jaartelling een stuk noordelijker, bij -wat nu- Tarragona is, in het zuiden van het huidige Catalonië. Maar waar de Feniciërs aan de kust bleven, althans niet diep het binnenland introkken, deden de Romeinen dat wel. Zij gingen de rivier de Ebro op en brachten de wijnstok in tal van gebieden in deze riviervallei tot in wat wij nu Rioja noemen. Ze kwamen zelfs tot in de heuvels van Navarra, zakten ook de Duero af en brachten de wijnstok tot in wat nu de Portugese Dourovallei is. Ook de Levante, het achterland van het hedendaagse Valencia, is door Romeinen in cultuur gebracht. De Romeinen introduceerden ook de amfoor voor het transport van de wijn. Uit deze amfoor is de tinaja ontstaan. De tinaja is een grote stenen kuip die voor het gisten van de most en het opslaan van de jonge wijn nog altijd in sommige gebieden wordt gebruikt.
Maar vervolgens vielen de Moren binnen. Tussen 711 en 1492 was het daarom slecht gesteld met de wijnbouw in Spanje. Niet dat het totaal verboden was door de islamieten maar ontmoedigd werd het wel. Pas na 1500, toen de laatste Moren uit het zuiden waren verjaagd, kon er een nieuwe impuls aan de Spaanse wijnbouw worden gegeven. ln de eeuwen daarna kregen de wijnen van Jerez internationale bekendheid, vooral in Groot-Brittannië en Nederland. De rest van de Spaanse wijnbouw was en bleef op de binnenlandse, zeg maar regionale markt, gericht. Totdat in de tweede helft van de 19e eeuw de Franse wijnbouw werd getroffen door eerst mildiou en vervolgens phylloxera, De wijnbouw in Frankrijk werd er door verwoest. Handelaren in Bordeaux probeerden hun zaken voort te zetten en zochten naar wijnen aan de zuidzijde van de Pyreneeën, in Rioja en Navarra.

Zij brachten in deze streken nieuwe vinificatiemethoden en -technieken, nieuwe druivenrassen en zij maakten de wijnen van Rioja en Navarra buiten Spanje enigszins bekend. Later dan in Frankrijk, maar uiteindelijk onvermijdelijk arriveerde de phylloxera ook in Spanje en bracht de noodzaak om bijna alle wijngaarden te herstructureren. Een geweldige tour de force in het begin van de 20e eeuw, waarna een verdere versterking van de wijnbouw volgde.

Eerder dan in Frankrijk is in Spanje het systeem van de gecontroleerde herkomstbenamingen ingevoerd. ln 1932 werden de eerste achttien Denominaciónes de Origen al van kracht. Niet veel later raakte de Spaanse wijnbouw in het slop, door de Spaanse Burgeroorlog. Vervolgens raakte Spanje gedurende het tijdperk Franco internationaal geïsoleerd. Hierdoor stonden de Spaanse wijnbouw en wijnhandel voor lange tijd stil. Wijnbouw en wijnhandel waren bijna helemaal op de binnenlandse markt gericht. Spanje was gedurende deze decennia een arm Europees land en er werd dan ook louter op goedkoop en op volume geproduceerd. ln deze moeilijke en donkere periode kregen nog wel een aantal wijnbouwgebieden erkenning als denominación de origen. Onder andere Valdeorras, Almansa, Jumilla, Méntrida, Yecla en Cava. De echte bloei en groei van de Spaanse wijnbouw, ook internationaal, is pas gekomen na het tijdperk Franco. Hij kreeg opnieuw een geweldige impuls, toen Spanje in 1986 lid kon worden van de Europese Unie. ln de laatste twee decennia van de 20e eeuw is in hoog tempo heel veel in de Spaanse wijnbouw veranderd. ln de wetgeving, in de vinificatiemethoden en -technieken en ook in de wijngaarden. De dynamiek wordt nog het meest tastbaar aan de hand van de groei van het aantal Denominaciónes de Origen. In 2014 69!

Er is sprake van een Spaanse wijnrevolutie en die is ook te vinden in de snel stijgende productie van biologische wijnen. Kwalitatief is er in alle wijnbouwgebieden een geweldige sprong voorwaarts gemaakt. Spanje wordt nu wel het toonbeeld van de 'Nieuwe Wereld' in de 'Oude Wereld' genoemd, Het wil zeggen dat er nog heel veel zeer oude wijngaarden zijn, die nog redelijk traditioneel worden bewerkt, maar dat er tegelijkertijd op uiterst moderne wijze wijn wordt geproduceerd, Bovendien weten de Spanjaarden als geen ander ook de wijnfles een modern uiterlijk te geven. Spanje is populair, ln 1990 telde het land nog 1,6 miljoen hectaren wijngaarden. ln 2015 is dat oppervlak volgens het Spaanse ministerie van landbouw, voeding en milieu afgenomen tot ruim 950.000 hectare maar nog altijd het land met het grootste wijn areaal ter wereld. De afname is te herleiden tot een vrijwillig rooiprogramma van de EU, dit om het jaarlijkse wijnoverschot binnen de EU terug te dringen.

Met een gemiddelde jaarproductie van 35 miljoen hectoliter heeft Spanje een relatief lage opbrengst per hectare. Dat heeft te maken met het in het algemeen gesproken droge klimaat en de nog altijd traditionele wijze van bewerken van veel wijngaarden. Maar liefst 37% van de oppervlakte wordt geïrrigeerd. Spanje met een gemiddelde jaarproductie van 35 miljoen hectoliter is derde wijnproducent ter wereld- na Frankrijk en Italië maar scoort op de internationale markten zeer goed. Spaanse wijnen behoren gemiddeld tot de goedkoopste van Europa. Natuurlijk zijn er kostbare en enkele zeer kostbare Spaanse wijnen, maar het merendeel is heel goedkoop. Misschien dat Spaanse wijnen daarom ook zo populair zijn in Nederland. Nederland importeerde in 2015 76,2 miljoen liter wijn (een stijging van 17,5% ten opzichte van 2014 uit Spanje, dit tegen een waarde van 137,9 miljoen euro. De grootste afnemer in volume is Frankrijk met ruim 650 miljoen liter.